Lees je deze podcast liever? Hieronder vind je een geschreven versie op basis van de podcast. Let op: het is geen letterlijk transcript, maar een samenvattend verhaal. In de podcast hoor je veel meer praktische tips en kennis. In deze aflevering van The Gardening School staan de tuinklusjes voor mei centraal. De tuin komt tot leven: tulpen en andere bloembollen bloeien volop, vaste planten beginnen op te komen en het buitenleven neemt weer een vlucht. Vanuit die voorjaarsstemming bespreken we de belangrijkste tuinklusjes van deze periode. Het gaat over uitgebloeide lentebollen en wat je daar wel en niet mee moet doen. Daarbij leggen we uit dat het blad van bloembollen altijd moet blijven zitten totdat het volledig is afgestorven. Via dat blad slaan de bollen namelijk energie op voor het volgende seizoen. Vooral bij narcissen is dat belangrijk, omdat die zich met de jaren kunnen uitbreiden tot steeds grotere groepen. De hosts bespreken ook het verschil tussen verschillende soorten bollen. Verwilderende soorten zoals sneeuwklokjes en blauwe druifjes mogen zichzelf rustig uitzaaien, terwijl tulpen juist vaak als tijdelijk worden gezien. Veel tulpen bloeien namelijk maar één keer goed en kunnen bovendien gevoelig zijn voor tulpenvuur, een schimmelziekte die jarenlang in de bodem aanwezig kan blijven. Alliums worden juist meer behandeld als vaste planten en kunnen zich op de juiste plek flink uitbreiden. Daarnaast moedigen we luisteraars aan om juist nu alvast na te denken over nieuwe bloembollen voor het najaar. In mei zie je immers goed welke soorten je mooi vindt en waar in de tuin nog ruimte of kleur ontbreekt. Ook bollen die in potten hebben gestaan kunnen vaak nog prima naar de volle grond worden verplaatst, zolang het blad intact blijft. Vervolgens verschuift het gesprek naar de tweede zaaieronde van het seizoen. Mei is volgens hen hét moment om opnieuw groenten en bloemen te zaaien, zodat de tuin de hele zomer productief en aantrekkelijk blijft. In de moestuin gaat het dan bijvoorbeeld om bladgroenten, wortels en bieten, terwijl in de pluktuin juist soorten als ridderspoor, zonnebloemen en cosmea opnieuw gezaaid kunnen worden. Daarbij benadrukken we dat een tuin mooier blijft wanneer planten elkaar opvolgen of overlappen in bloei. Op die manier voorkom je lege plekken en blijft er bovendien langer voedsel beschikbaar voor insecten. Daarna bespreken we klimconstructies voor groenten en klimplanten. Omdat jonge planten nu snel gaan groeien, is dit het moment om ondersteuning klaar te zetten. we noemen verschillende manieren om dat te doen, van eenvoudige tipi’s van bamboestokken tot rekken van gaas, constructies van snoeihout en complete bogen waar je onderdoor kunt lopen. Vooral bij vaste klimplanten zoals clematis of klimrozen raden we aan om meteen een stevige constructie te maken, zodat je later niet hoeft te improviseren met extra draadjes of tijdelijke oplossingen. Ook het belang van bijen en andere insecten komt uitgebreid aan bod. In een periode waarin veel tuinen strak worden onderhouden, benadrukken de makers hoe belangrijk het is om voldoende bloemen, nectar en water beschikbaar te houden. Kruiden die mogen doorbloeien, bloemen zoals lavendel en korenbloemen, maar ook eenvoudige waterbakjes met steentjes kunnen volgens hen al veel verschil maken voor bestuivers tijdens droge periodes. Aan het einde van de aflevering beantwoorden we nog een vraag over tuinieren in potten. Daarbij leggen we uit dat vrijwel alles in potten kan groeien, zolang de pot groot genoeg is en de planten voldoende water en voeding krijgen. Vooral vaste planten doen het vaak verrassend goed in potten. we bespreken ook hoe je een pot aantrekkelijker kunt maken door planten te combineren die de pot vullen met soorten die juist sierlijk over de rand hangen.