We gaan weer in op een aantal van jullie lentevragen. Hoe benut je de kas optimaal? Verspenen en afharden, hoe ging het ook alweer? En het toppen van de eerste zaailingen, welke top je wel en welke top je niet? Mulchen in de (moes)tuin: welke materialen kun je gebruiken? En wat doe ik met mijn dahlia’s als ze beginnen te groeien?
Lees je deze podcast liever? Hieronder vind je een geschreven versie op basis van de podcast. Let op: het is geen letterlijk transcript, maar een samenvattend verhaal. In de podcast hoor je veel meer praktische tips en kennis.

In deze aflevering staan we weer stil bij een aantal lentevragen, deel 3 deze keer. Het vroege tuinseizoen staat centraal, waarin veel mensen bezig zijn met zaaien en opkweken. Tuinieren is elk jaar anders: er mislukt altijd iets, door eigen handelen of door omstandigheden, en dat hoort bij het proces.
Een belangrijk onderwerp is het gebruik van de kas: hoe benut je die optimaal? In het voorjaar dient de kas vooral als plek om voor te zaaien, bij voorkeur op tafels of planken zodat je efficiënt werkt en de ruimte goed benut. Later in het seizoen, wanneer de zaailingen zijn uitgeplant, verandert de kas in een productieruimte voor warmte minnende gewassen zoals tomaten, komkommers en paprika’s. In grotere kassen kun je functies combineren door ook in de volle grond te zaaien en de ruimte onder hoge gewassen te benutten voor lage teelten. Goede ventilatie is essentieel om te voorkomen dat de temperatuur te hoog oploopt. Bij het kiezen van een kas spelen lichtinval, plaatsing en formaat een belangrijke rol, waarbij een kleinere kas vaak al voldoende is.
Daarna wordt ingegaan op het verspenen en afharden van zaailingen. Verspenen betekent dat je jonge plantjes overzet naar een groter potje zodat ze beter kunnen wortelen; dit gebeurt meestal wanneer ze enkele centimeters groot zijn. Ze worden daarbij dieper geplant, tot aan de kiemblaadjes. Afharden is het geleidelijk laten wennen van planten aan buitenomstandigheden door ze steeds langer buiten te zetten. Dit voorkomt groeischok en zorgt voor sterkere planten. Ook het uitdunnen komt aan bod: wanneer er te veel zaailingen dicht op elkaar staan, kies je de sterkste, compacte planten en verwijder je de rest.
Het toppen van planten wordt uitgelegd als een manier om vertakking te stimuleren. Door de groeipunt weg te nemen, groeit de plant breder en produceert hij vaak meer bloemen. Dit is vooral nuttig bij vertakkende soorten zoals cosmea en dahlia’s. Planten die van nature één stengel maken, moet je niet toppen. Bij dahlia’s helpt toppen bovendien om de plant steviger te maken en minder gevoelig voor knakken.
Vervolgens bespreken ze mulchen: het bedekken van de bodem met organisch materiaal zoals compost, bladeren, gras, stro of houtsnippers. Dit helpt om vocht vast te houden, voedt de bodem en onderdrukt ongewenste groei. De laag moet dik genoeg zijn zodat de bodem niet zichtbaar is en kan in verschillende seizoenen worden toegepast.
