Ingrid Meijer van De Buitenbasis is te gast, natuurgids en begeleider van natuurexpedities. Het gesprek draait om buiten zijn, vertragen, verwondering en hoe je natuur – en in het bijzonder vogels – dichter bij huis kunt brengen, zelfs in een gewone achtertuin.
Lees je deze podcast liever? Hieronder vind je een geschreven versie op basis van de podcast. Let op: het is geen letterlijk transcript, maar een samenvattend verhaal. In de podcast hoor je veel meer praktische tips en kennis.

Ingrid Meijer van De Buitenbasis is te gast, natuurgids en begeleider van natuurexpedities. Het gesprek draait om buiten zijn, vertragen, verwondering en hoe je natuur – en in het bijzonder vogels – dichter bij huis kunt brengen, zelfs in een gewone achtertuin.
Ingrid vertelt over haar werk bij De Buitenbasis, waar ze mensen meeneemt op natuurexpedities, vaak per kajak. Het doel van deze expedities is niet snelheid of prestatie, maar vertraging, verstilling en bewust waarnemen. Door langzaam over het water te bewegen ontstaat ruimte om te luisteren, te kijken en details op te merken: vogels, planten, geluiden en patronen in de natuur. Stilte speelt hierin een belangrijke rol; juist door even stil te zijn ga je meer horen en zien. Dat kan al binnen enkele minuten leiden tot een gevoel van verwondering.
Volgens Ingrid “breng je de natuur tot leven” door mensen context en verhalen te geven bij wat ze zien en horen. Door iets te leren over vogels, planten of geluiden, ga je met andere ogen kijken. Zelfs alledaagse soorten, zoals wilde eenden of koolmezen, kunnen dan ineens bijzonder worden. Dat bewust leren kijken en luisteren is volgens haar de sleutel tot meer verbinding met de natuur.
Vervolgens verschuift het gesprek naar de achtertuin: hoe maak je van een tuin een mini-natuurgebied? Ingrid benadrukt dat dit voor iedereen mogelijk is, ook zonder uitzicht op water of natuur. Het kernwoord is vergroenen. Minder tegels, meer planten, rommelige hoekjes, bladeren laten liggen en ruimte maken voor insecten, vogels en kleine zoogdieren. Water, bijvoorbeeld in de vorm van een vogelbadje, werkt sterk aantrekkend. Alles hangt met elkaar samen: een natuurlijke tuin zorgt voor meer biodiversiteit, wat ook helpt bij het natuurlijke evenwicht, zoals het verminderen van plagen door natuurlijke vijanden.
Een belangrijk onderdeel van het gesprek gaat over tuinvogels. Ingrid legt uit welke vogels je vaak in de gemiddelde tuin ziet, zoals koolmezen, roodborstjes en winterkoninkjes. Ze vertelt hoe vogels communiceren via zang en roep: territorium afbakenen, partners lokken en waarschuwen voor gevaar. Door je te verdiepen in vogelgeluiden ga je niet alleen soorten herkennen, maar ook begrijpen wat er in je tuin gebeurt. Dat vergroot het natuurgevoel en maakt de seizoenen tastbaarder.
Haar favoriete tuinvogel is de winterkoning: klein, onopvallend, maar luid zingend en zeer territoriaal. Juist dat contrast maakt hem bijzonder. Dit wordt vergeleken met planten in de tuin: niet alleen de opvallende “hoofdrolspelers” zijn belangrijk, maar ook de bescheiden soorten die zorgen voor balans.
Ook komen specifieke planten en struiken aan bod die vogels aantrekken, zoals bessenhoudende struiken (liguster, vlier, rozen), kaardebollen en zonnehoed. Deze leveren voedsel en schuilplekken. Bomen en struiken zijn essentieel voor veiligheid, nestgelegenheid en beschutting tegen roofdieren. Roofvogels zoals de sperwer maken ook deel uit van dit ecosysteem en kunnen zelfs in gewone woonwijken voorkomen.
Het gesprek raakt ook aan de rol van katten in de tuin en de impact daarvan op vogels. Ingrid benadrukt dat volledige bescherming niet mogelijk is, maar dat een groene, gevarieerde tuin met voldoende schuilplekken vogels meer kansen geeft.
Wat betreft bijvoeren in de winter: het liefst voorziet de tuin zelf in voedsel door zaden en bessen te laten staan. Bijvoeren met vetbollen, pindakaas of zaden kan aanvullend, mits bewust gekozen.
Tot slot gaat het gesprek terug naar het bredere thema: buiten zijn. Ingrid stelt dat we in essentie allemaal buitenmensen zijn, maar dat we het soms vergeten. Haar belangrijkste tip is om het simpel te houden: stap naar buiten, kijk omhoog, luister, en begin klein. Verwondering zit niet in grote expedities, maar in aandacht voor wat er al is – in je tuin, op je balkon of tijdens een korte wandeling.
